De onderzoeksvragen


  1. Wat is het effect van ‘De Gezonde basisschool van de toekomst´ op zit- en beweeggedrag, deelname aan georganiseerde sport activiteiten, mentale en fysieke fitheid, ziekte(verzuim) en gezondheidsmarkers?

  2. Wat is het effect van ‘De Gezonde basisschool van de toekomst´ op smaakontwikkeling, voedselkeuze, voedselinname en ontbijtgedrag?

  3. Wat is het effect van ‘De Gezonde basisschool van de toekomst´ op (non)cognitief gedrag, leerprestaties van schoolkinderen en arbeidsparticipatie van ouders?

  4. Hoe verhouden de kosten en baten (gezondheid, kwaliteit van leven, talent) van het dagprogramma zich tot de kosten van het huidige schoolsysteem? Wat is de gezondheidswinst (verminderde ziektelast) en wat is de korte en lange termijn kosteneffectiviteit ervan rekening houdend met maatschappelijke en economische rendementen?

  5. Zal ‘De Gezonde basisschool van de toekomst´ bijdragen aan het terugdringen van sociaal economische ongelijkheden in gezondheid?

  6. Zijn executieve functies (een verzameling van controlerende hogere mentale functies die ons ertoe in staat stellen om te redeneren, te plannen en onze gedachten, gevoelens en gedrag te reguleren) te verbeteren bij schoolkinderen middels een geïntegreerde interventie?

  7. Hoe waarderen kinderen, ouders en personeel het dagprogramma en wat zijn de implicaties voor het dagprogramma in relatie tot fundamentele normen, rechten van het kind, sociale grondrechten, schoolkeuze die de ouders maken en wettelijke regelingen?

  8. Wat impliceert het dagprogramma voor de rechtspositie van het personeel, de organisatievorm, de rechtsvorm, de bestuurs- en toezichtstructuur, de medezeggenschap van ouders en personeel en de verdeling van verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden (o.a. veiligheid, kwaliteit) ten opzichte van het huidige schoolsysteem?